STARS

GODS OPENBARING AAN DE HEMEL

Weblog van Bas van Twist, oktober 2018

We staan er wellicht nooit bij stil, maar zo’n vijfentwintig eeuwen moest de mensheid het in eerste instantie doen zonder geschreven openbaring van God. De Eeuwige gaf Zijn Thora immers pas toen Zijn volk uit Egypte trok. Tot die tijd moest de mens het doen met de lichten, die God in het uitspansel had geplaatst. Die lichten aan het hemelgewelf waren de mens tot tekenen, waarmee Gods ongeschreven openbaring werd verklaard en doorgegeven (Genesis 1:14, sv).

Niet alleen Paulus leert ons dat (Romeinen 1:19-20), ook David getuigt daar op onnavolgbare wijze van in psalm 19 – vóór hij (in vers 8) zijn lofzang begint op Gods geschreven openbaring.

Psalm 19:2-5 (ev) – De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen. Dag na dag worden overvloedig woorden uitgestort, nacht na nacht wordt wijsheid doorgegeven. Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun boodschap.

Evenmin als Abram, is iemand van ons in staat het aantal sterren te tellen (Genesis 15:5). Maar God kent elke ster. Hij heeft elke ster een naam gegeven. En als Hij dat wil, roept Hij ze één voor één bij zich (Psalm 147:4; Jesaja 40:26, 48:13). Door de sterren belichtte God van oudsher Zijn plan met de wereld. Zonder ophouden verkondigde Hij door de sterrenbeelden goed nieuws. Volgens David zetten de sterren Gods doelen en raadgevingen uiteen in een spraak zonder klank.

Gedurende de nacht lijken alle sterren in een centrische baan om de aardas (de pool) heen te draaien. De ster die voor ons oog het dichtst bij de pool ligt, de Poolster (Polaris), beweegt zodoende vrijwel niet, zodat hij altijd op dezelfde plaats aan de hemel te vinden is. En hoewel het gehele uitspansel en de zon in vierentwintig uur in een cirkel om de aarde lijken te draaien, verschilt de omloop van de sterren in tijd met die van de zon. Dat verschil loopt elke maand op tot ongeveer dertig graden, zodat, wanneer de cirkel van de hemel wordt opgedeeld in twaalf delen, de zon zich elke maand lijkt te bewegen door één deel daarvan (Ecliptica). Deze twaalf delen werden van oudsher onderscheiden in sterrenbeelden.

De sterrenbeelden – ook wel de twaalf tekenen van de Dierenriem, de Zodiak of de Mazzaroth genoemd – deden dat al heel lang voordat de mens de boodschap van de sterrenbeelden verdraaide en er afgoderij mee ging bedrijven in de vorm van mythologie, astrologie of horoscopie, om er zijn eigen verhaal mee te vertellen (Jesaja 47:13). Maar dergelijke zaken komen van Satan, die daarmee Gods openbaring aan de hemel wil verstoren en Zijn waarheid wil verdraaien.

Aan die sterrenbeelden zijn namen en afbeeldingen gegeven. Niet dat die afbeeldingen als zodanig herkenbaar zijn aan de nachtelijke hemel. We zien geen stier, schorpioen of waterman. Toch zijn de afbeeldingen overal ter wereld hetzelfde en hadden ze oorspronkelijk dezelfde namen en betekenissen en kende ze dezelfde volgorde. Uit buiten-Bijbelse bronnen van meer dan vierduizend jaar oud weten we dat de afbeeldingen en de betekenissen ervan zo’n zesduizend jaar oud zijn.

Met behulp van de afbeeldingen werden de sterren die samen een sterrenbeeld vormde geïdentificeerd. En aan de hand daarvan werd Gods boodschap doorgegeven. Volgens Joodse, Perzische en Arabische overleveringen waren het Adam, Seth en Henoch die, geïnspireerd door Gods Geest, deze kennis van de sterren hebben ontvangen en doorgegeven.

Aan elk van de twaalf sterrenbeelden zijn drie sterrentekenen (constellaties) verbonden, die de betekenis van het betreffende sterrenbeeld nader toelichten. Zo hoort bijvoorbeeld de constellatie Orion tot het sterrenbeeld Stier, behoren de Kleine Beer (of Kleine Schaapskooi) en de Grote Beer (of Grote Schaapskooi) tot het sterrenbeeld Kreeft en hoort de Slang (Hydra) tot het sterrenbeeld Leeuw.

De moderne mens is de oorspronkelijke betekenis van de sterrenbeelden volledig kwijtgeraakt, maar van oudsher waren ze een uitdrukking van hoop voor de mensheid en voor de schepping. De tekenen van de Dierenriem vereeuwigden, bewaarden en verklaarden een grote Belofte, die samenhing met een komende Verlosser, op een manier zoals we die terugvinden in het begin van de Bijbel.

Genesis 3:15 (ev) – En Ik zal vijandschap zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar Nazaat; Híj zal jou de kop vermorzelen, jíj zult Hem in de hiel bijten.

In zijn boek The Witness of the Stars gaat de bekende Engelse Bijbelgeleerde Dr. E.W. Bullinger (1837-1913) in op de profetische betekenis van de namen en de situering van de sterren aan de hemel. In zijn boek, waaraan een jarenlang nauwkeurig onderzoek voorafging, beschrijft hij dat de openbaring in de sterren van oudsher verdeeld werd in drie delen. Het eerste deel beschreef de komst van een Verlosser, het tweede deel Zijn verlossend werk en het derde deel de voltooiing daarvan.

De profetie waarvan de twaalf tekenen en hun constellaties verhalen, begint volgens Bullinger met het teken Maagd (Virgo), dat vertelt dat de door God gezonden Messias geboren zal worden uit een vrouw (Lucas 1:35). Het tweede teken, Weegschaal (Libra), verwijst naar de prijs die de komende Verlosser moet betalen: een losprijs die door geen ander mens is op te brengen (Psalm 49:8-9). Het derde teken, Schorpioen (Scorpius), verwijst naar de vijand die de Messias zal verwonden (Genesis 3:15). Het vierde teken, Boogschutter (Sagittarius), verwijst naar de glorieuze overwinning die de Messias zal behalen (Psalm 45:4-6).

Het tweede deel begint met het teken Steenbok (Capriconus), dat verwijst naar het verzoenend offer van de Messias: Hij zal worden doorboord, maar daarna opstaan uit de dood (Jesaja 53:5, 10-11). Het volgende teken, Waterman (Aquarius), verwijst naar de zegeningen, naar het levende water, dat de Verlosser zal uitgieten over de mensen die Hij zal vrijkopen (Jesaja 44:3). Het teken Vissen (Pisces) symboliseert vervolgens de vreugde van de mensen die zijn vrijgekocht, hoewel ze nog aan hun oude leven gebonden zijn (Kolossenzen 1:26-27). Het tweede deel eindigt met het sterrenbeeld Ram (Aries), dat de Messias opnieuw toont als een offerdier, maar nu als één dat van de slachtbank is opgestaan (Openbaring 5:12).

Het eerste teken in het derde deel van de openbaring aan de hemelen is het sterrenbeeld Stier (Taurus), dat verwijst naar de Messias wanneer Hij komt om de aarde te richten (Psalm 96:13). Het volgende teken, Tweelingen (Gemini), benadrukt de tweevoudige natuur van de Verlosser: Zijn menselijke natuur, wanneer Hij komt in vernedering, en Zijn goddelijke natuur, wanneer Hij komt in majesteit (Jesaja 52:13-15). Het volgende teken, Kreeft (Cancer), leert dat de Messias allen die Hij heeft vrijgekocht zal bewaren en hen, nadat ze zijn verstrooid, weer zal verzamelen (Ezechiël 34:12-14). Het laatste sterrenbeeld, Leeuw (Leo), verhaalt van de glorieuze komst van de Messias en Zijn triomfantelijke overwinning op de slang (Hydra) en zijn legers (Genesis 49:8-9; Psalm 110:1; Openbaring 5:5).

Uit het naar hem vernoemde Bijbelboek – dat zo’n vierduizend jaar oud is en daarmee waarschijnlijk het oudste boek ter wereld – kunnen we afleiden dat Job bekend was met de openbaring aan de hemel. Job was een rechtschapen en onberispelijk man, die ontzag had voor God en het kwaad meed. Job deed wat goed was in de ogen van God. Maar hoe kon hij weten wat goed was in Gods ogen? De Eeuwige had Zijn geschreven openbaring immers nog niet gegeven. Kende Job Gods wil uit de verhalen van zijn voorouders? Ongetwijfeld. Zeker als hij – wat sommigen vermoeden – een zoon was van Issaschar, en daarmee een kleinzoon van Jacob (Genesis 46:13). Maar daarnaast kende Job Gods doelen en raadgevingen uit de sterrenbeelden.

Job 9:6-9 (hsv/nbv) – Hij schudt de aarde van haar plaats, zodat haar pilaren wankelen. Hij spreekt tegen de zon, en zij gaat niet op; Hij verzegelt de sterren. Hij alleen spant de hemel uit, en Hij treedt op de hoogten van de zee. Hij maakt de Grote Beer, de Orion, de Plejaden en de sterren van het zuiden.

Job profeteert onder meer hoe ontzet de sterrenbeelden zullen zijn als ze zien hoe God afrekent met Satan, verbeeldt als het zeemonster uit de oertijd (Openbaring 13:1) en als Hydra, de slang (Openbaring 12:9).

Job 26:11-13 (hsv/ev) – De pilaren van de hemel sidderen en zijn verbijsterd vanwege Zijn bestraffing. Door Zijn kracht heeft Hij de zee opgezweept, en door Zijn inzicht heeft Hij Rahab neergeslagen. Door Zijn Geest kreeg de hemel schoonheid; Zijn hand heeft de vluchtende slang doorboord.

Soms verwijst ook God Zelf naar de sterrenbeelden om de mens iets duidelijk te maken (Jesaja 13:10; Amos 5:8). Zoals aan Job, wanneer Hij hem duidelijk wil maken dat Hij, en niemand anders, het moment bepaalt wanneer de mens recht wordt gedaan. God doet dat door Job een aantal retorische vragen te stellen over de Dierenriem (die verhalen over Zijn reddingsplan voor de wereld), de Plejaden en Orion (die verwijzen naar Zijn gericht over de aarde) en over de Grote en de Kleine Beer (die zonder woorden vertellen hoe God Zijn uitverkorenen zal bewaren en verzamelen).

Job 38:31-33 (nbv) – Kun jij de Plejaden aan banden leggen of de ketenen van Orion losmaken? Kun jij de Dierenriem op tijd laten schijnen en de Grote Beer met haar jongen de weg wijzen? Ken jij de wetten van de hemel, kun jij jouw orde aan de aarde opleggen?

Hoe zou Job de wetten van de hemel moeten kennen of de aarde zijn heerschappij kunnen opleggen? Hoe zou hij ooit de plannen van de Almachtige God kunnen wijzigen, Zijn reddingsplan kunnen bevatten of de weg kunnen doorgronden die Zijn uitverkorenen moeten gaan?

Het is trouwens ontroerend om te lezen hoe Job uit de sterrenbeelden begreep dat zijn aardse leven niet eindigde bij de dood, maar dat hij ten laatste zijn Verlosser zal aanschouwen. Helaas komt het in geen van onze vertalingen naar voren, maar Job begreep uit de sterren dat de Messias daarvoor eerst met Zijn leven de losprijs moest betalen en van de aarde zou opstaan.

Job 19:25-27 (ev) – Ik weet: mijn Verlosser leeft. Hij zal ten laatste van de aarde opstaan. Hoezeer mijn huid door wormen ook is aangevreten, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen. Ik zal Hem aanschouwen, ik zal Hem met eigen ogen zien, ik, geen ander, heel mijn binnenste smacht van verlangen.

Via mondelinge overlevering en via sterrenbeelden mocht Job kennis nemen van Gods ongeschreven openbaring.

Israël mocht daarnaast, via Mozes en de profeten, Gods geschreven openbaring ontvangen. Niet voor niets werden de twaalf sterrenbeelden later geïdentificeerd met de twaalf stammen van Israël. Volgens Joodse gezaghebbende geleerden droeg elke stam één van de sterrenbeelden op zijn banier (degel).

Johannes kreeg daar iets van te zien tijdens zijn gedwongen verblijf op het eiland Patmos. In een openbaring aan de hemel ziet hij de twaalf stammen voorgesteld als een kroon met twaalf sterren (sterrenbeelden).

Openbaring 12:1-2 (hsv/nbv) – En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood.

Met de vrouw in barensnood wordt Israël bedoeld. De twaalf stammen, die worden voorgesteld als een kroon op haar hoofd, wijzen erop dat ze de vrouw is van de Hoogste Heer en Koning (Jesaja 62:4; Hosea 2:21-22; Openbaring 19:16). Dat ze bekleed is met de zon en de maan duidt erop dat via haar de Verlosser wordt geboren, het Licht der wereld, over wie de sterrenbeelden van oudsher hebben getuigd en over wie Israëls profeten hebben gesproken (Jesaja 42:6; Mattheüs 5:14).

Het is een adembenemend gezicht, waarin Johannes in hemelse beelden fragmenten te zien krijgt van Gods reddingsplan. Een heilsplan, waarin Jeshua en Israël de hoofdrol spelen. Zoals de sterrenbeelden verhaalden van Gods majesteit, wijsheid en reddingsplan, zo mocht en mag ook Israël dat doen. God heeft Israël juist met het oog daarop uitgekozen (Jesaja 43:7, 10).

Deuteronomium 7:6 – Want u bent een volk dat aan de HEER, uw God, is gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, Zijn kostbaar bezit te zijn.

En dat niet alleen. Israël mocht, zoals gezegd, ook de Verlosser voortbrengen, waarvan de sterren al millennialang stille getuigen waren.

In het Oosten werd van oudsher de profetie doorgegeven dat in het sterrenbeeld Maagd een nieuwe, heldere ster zou verschijnen, wanneer de Verlosser zou worden geboren over wie dit sterrenbeeld spreekt. Deze ster werd Begeerde van alle naties genoemd. Uitgerekend via de mond van Bileam, de heidense waarzegger, liet God over deze ster profeteren.

Numeri 24:17a – Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jacob, een scepter uit Israël.

Deze nieuwe ster in het sterrenbeeld Maagd werd in het Hebreeuws Tsemach genoemd, wat vertaald kan worden met Spruit of Telg. En wordt in de Bijbel daarmee niet de komende Messias aangeduid (Jeremia 33:15; Zacharia 3:8, 6:12)?

Jeremia 23:5 – De dag zal komen – spreekt de HEER – dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg (tsemach) laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven.

De wijzen uit het Oosten – zeer waarschijnlijk sterrenkundigen uit Perzië – hadden de ster Tsemach (of Begeerde van alle naties) zien opgaan boven Jacobs erfdeel, zoals Bileam had geprofeteerd, en zij wilden daarom de pasgeboren Verlosser vinden om Hem te aanbidden en Hem eer te bewijzen met kostbare geschenken.

Mattheüs 2:1-2 (nbv/ev) – Toen Jeshua geboren was in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er wijzen uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk Zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem eer te bewijzen.’

Nadat koning Herodes van de Schriftgeleerden had vernomen dat volgens de profeet Micha de Messias in Bethlehem zou worden geboren (Micha 5:1), liet hij de wijzen heimelijk bij zich komen om precies van hen te vernemen wanneer ze de ster voor het eerst hadden gezien. Uit hun mededelingen leidde hij af dat het Kind dan nooit ouder dan twee jaar kon zijn. Vervolgens droeg hij de wijzen op nauwkeurig onderzoek te doen naar het Kind en hem te informeren zodra ze het gevonden hadden, want hij wilde het Kind zogenaamd ook eer bewijzen. De wijzen, die op dat moment nog niet wisten dat Herodes het Kind wilde doden, deden wat de koning vroeg en gingen op weg, terwijl de ster hen voorging, totdat hij bleef stilstaan boven de plaats waar het Kind was.

Mattheüs 2:11 – Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het Kind met Mirjam, Zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het Kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.

Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan vanwege zijn satanische plan het Kind te doden, reisden de wijzen via een andere route terug naar Perzië.

De grootheid van God is, zoals David getuigde, van oudsher zichtbaar in de tekenen aan de hemel, die onophoudelijk van Zijn majesteit verhalen. Door Gods Geest werden deze tekenen, deze sterrenbeelden, eeuwenlang verstaan en werd hun betekenis doorgegeven (Job 27:3). Wij zijn de oorspronkelijke betekenis van de sterrenbeelden kwijtgeraakt. Maar God heeft Zijn majesteit gelukkig ook bekend gemaakt in Zijn geschreven Woord. Door Mozes, de profeten en de apostelen is Hij veel dichterbij de mensen gekomen dan daarvoor, heeft Hij Zich nog veel meer laten kennen (Exodus 3:14). Bovenal heeft God Zijn grootheid getoond in Jeshua, het vleesgeworden Woord (Johannes 1:14).

Johannes 1:17-18 (hsv/ev) – Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Messias Jeshua gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.

Zowel Gods geschreven Woord als Gods vleesgeworden Woord werden ons geopenbaard via Israël, het enige volk op aarde dat door God is geschapen, gemaakt en gevormd omwille van Zijn majesteit (Jesaja 43:7; Deuteronomium 26:19). Uit dat volk zou de Verlosser voortkomen, waarvan zowel de sterrenbeelden als de Schrift voortdurend hebben getuigd (Jesaja 42:6; 1 Timotheüs 2:3-4).

En die Verlosser is gekomen in de persoon van Gods eigen Zoon (Psalm 2:7; Johannes 3:16). Hij kwam namens de Vader om de Wet en de Profeten tot vervulling te brengen, om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen (Mattheüs 5:17; Lucas 5:32). Hij was het Licht dat naar de wereld zou komen en kwam om het Koninkrijk der hemelen te verkondigen (Jesaja 49:6; Johannes 12:46; Mattheüs 4:17).

Na Zijn eerste komst moest Hij voor enige tijd terug naar de Vader, zodat de heilige Geest kon komen om de wereld duidelijk te maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is (Johannes 16:7-11, 16:28; Handelingen 2:33). En sindsdien zien we uit naar het aanbreken van de tijd dat alles vernieuwd zal worden, wanneer de Mensenzoon in Zijn majesteit zal zetelen op Zijn troon in Jeruzalem en we Hem zullen zien zoals Hij werkelijk is (Mattheüs 19:28; 1 Johannes 3:2).

Daar mogen we reikhalzend naar uit zien, onder meer door de Vader te herinneren Jeruzalem te grondvesten en haar roem op aarde te bevestigen (Jesaja 62:6-7)!

Als die tijd aanbreekt zal God Zijn leger sterren voltallig laten uitrukken. Eén voor één zal Hij ze bij hun naam bij Zich roepen (Psalm 147:4; Jesaja 40:26) en zullen ze met de Mensenzoon mee strijden. Ze zullen zich in hun baan tegen Satan en zijn sterren keren (Rechters 5:20; Lucas 21:25; Openbaring 12:4). Astrologen en andere waarzeggers zullen worden ontmaskerd; voor hen zullen de sterren hun glans verliezen (Jesaja 13:10, 44:25; Joël 2:10, 4:15).

Maar voor elk van de kinderen van het Koninkrijk zal een ster stralen, helderder dan hij ooit heeft gedaan (Genesis 22:17; Psalm 148:3; Daniël 12:3; Galaten 3:7). De kinderen van het Koninkrijk zullen zelf ook stralen als de zon (Mattheüs 13:43). En zoals de sterren zullen buigen voor de Morgenster, de Telg (Tsemach) van David (Genesis 37:9; Openbaring 22:16), zo zullen de kinderen van het Koninkrijk buigen voor Messias Jeshua en Hem belijden als Heer, tot eer van God, de Vader (Johannes 5:23; Filippenzen 2:11).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>